Clara Haagens

Clara Haagens kwam als 9-jarig meisje in mei 1943 naar Friesland. Haar dochter Jolanda zegt dat studente en verzetsstrijdster Esmee van Eeghen hierbij een rol speelde. Clara’s ouders doken kort daarna onder. Ze werden verraden en werden twee maanden later in vernietigingskamp Sobibor vergast. Clara kwam terecht in het gezin van Hessel en Tjipkje Robroch in Ferwert. Daar had ze het naar haar zin. Clara zag er niet Joods uit en kon gewoon naar school. Ze ging door als hongerevacuee uit Rotterdam. Haar hartsvriendin was Pieteke Schregardus. Als het tweetal op weg naar school de wachtpost met een Duitse soldaat passeerde, ging Clara altijd schuin achter Pieteke lopen. Om zo min mogelijk op te vallen.

In 1944 verhuist het joodse onderduikertje noodgedwongen naar een nieuw gezin in Holwerd. Clara voelde zich er niet veilig. Alleen slapen durfde ze niet. Ze kroop bij dochter Pietje in bed en hield haar hand net zo lang vast tot ze in slaap viel. Clara vraagt Pietje: “Wat denk jij: ,,Komen mijn vader en moeder nog terug ?” Pietje weet het niet. Hartverscheurend, vindt ze de vraag.

Na de bevrijding gaat Clara bij een zus van haar vader Henri in Oud-Beijerland wonen. Het warme contact met de Friese onderduikfamilie Robroch blijft altijd bestaan.

‹ Ga terug...